Princesses of SFX
30 maart 2007
Morgen, zaterdag 31 maart, gaan we weer filmen. De laatste nacht-shoot op de snelweg, daarna rest alleen nog een dag special effects. De productiefase van Asian Import ltd nadert zijn voltooiing. We bereiden ons vast voor op de post-productie.
Ik ben inmiddels tweemaal afgereisd naar het kantoortje van Carnifex in Beverwijk om aan de montage van de eerste twee scenes te werken. Maar dat gaat zo niet: te ver reizen, te onrustig. Gister heb ik dus maar een zware computerbak gekocht. Installeren is nog een rampzalig gebeuren waarbij ik voortdurend mijn geduld verlies – ik haat computers. Maar àls ik dan, met de hulp van kalme vrienden, alles geinstalleerd krijg, dan ga ik vanaf zondag iedere avond lekker knippen en plakken. Ik heb het meeste materiaal nu gezien en ben best tevreden.
Om mezelf te trakteren, en om even aan iets totaal anders te denken, heb ik gister een stukje van Zombi 2 (Lucio Fulci, 1979) gekeken. Spaghettihorror, mjam. Het blijft leuk om te zien hoezeer men destijds lak had aan goede smaak. Niks normen en waarden: overbodig naakt, willekeurig geweld en wormen en maden die uit oogholtes kruipen! En, hoewel de zombiemaskers en ingewanden er vaak overduidelijk uitzien als slechte trukages, ik heb het nog steeds liever dan die zielloze computer generated images.
Carnifex overigens, is dat andere filmproject waarbij ik betrokken ben. Cameraman Bart en de hele lichtploeg zijn eigenlijk Carnivixens. De avondvullende speelfilm, waarvoor ik al weer enkele maanden geleden een rewrite van het scenario schreef, gaat als het goed is in mei opgenomen worden. Carnifex wordt een hilarisch bloedbad. Een recht-toe-recht-aan slasherfilm met veel absurde grappen, en – om het thema weer op te pakken – veel smerige special effects (SFX). Suzie Terror mag helemaal los gaan, in navolging van grote voorgangers als Tom Savini (Dawn of the Dead) en Gianotto de Rossi, van wie ik dus gister de zombie-make-up bewonderde.
Dat mocht Suzie bij Asian Imports ltd wat minder, want de film bevat niet zoveel bloed. Wel veel make-up en krankzinnige andere special-effects. Suzie is inmiddels voor een paar weken vertrokken, en haar werk op de set word afgemaakt door Kayah Kolodziejczyk. Hoe cool is dat? Een Poolse special-effects dame bij deze almaar internationaler wordende productie. Kayah’s make-up en effecten zagen er op 24 maart al goed uit. Morgen en 7 april zien we meer van haar knutselwerk. Ik kan nauwelijks wachten. Omdat het frustrerend is dat ik niks van hun werk op de site kan laten zien en ook om Suzie alvast verschrikkelijk te danken: hier zijn onze princesses of SFX.
Opnames 24 maart: Oh nee! – part II
27 maart 2007
Opnames 24 maart: Oh nee!
26 maart 2007
Onze geluidsman Job staat, afgelopen zaterdag, in de donkere laadruimte van de vrachtwagen te wachten. De deuren zijn achter hem gesloten. Hij doet z’n koptelefoon op. Schakelt in. ‘Geluid loopt’ roept hij naar buiten.
‘Actie!’
De deuren zwaaien op, en iedereen – lichtjongens, acteurs, swinggang, producent en regie – roept in koor :
‘Oh nee!’
De figurant die de tekst had moeten uitspreken, draait zich verschrikt om. Het was een lachwekkend moment tijdens de vijfde opnamedag van Asian Imports ltd. De figurant in kwestie had al vier of vijf keer geprobeerd om op enigszins geloofwaardige wijze ‘Oh nee! te roepen, maar met iedere regie-aanwijzing ging het slechter klinken Qua motoriek en uiterlijk was er op de beste man niets aan te merken, en ook zijn motivatie was bewonderenswaardig (hij moest de dag daarop vroeg werken en heeft niet éénmaal geklaagd), maar oh nee! wat acteerde hij slecht. Ik vrees dat het dubben wordt in de nabewerking.
Het was het enige puntje van stress tijdens een verder uiterst ontspannen verlopen opnamenacht. Het was druk op de snelweg vanwege alle figuranten. Sommigen (zoals de onfortuinlijke bovengenoemde figurant) kwamen van een professioneel castingbureau, anderen kwamen via NFTVM en doen vaker figuratie of model-klussen. Er zaten ook een paar echte super-enthousiaste horrorfans bij, en het is toch wel erg fijn er wat tussen te hebben zoals ik. In de kleine boerderij langs de snelweg, die we hebben ingericht als crew-locatie, werden ze eerst door Inge Beetsma gekeurd op hun kleding. Daarna werden ze door Suzie en haar special make-up assistente Kayah onder handen genomen.
Ik denk dat het er heel mooi op staat. Het blijft bijzonder: een zinnetje in een script is zo neergepend, maar om uiteindelijk tien mensen die je voorheen niet kende te zien opdraven en dat te zien doen wat je in gedachten had… En mooi moment, toen het groepje uiteindelijk de snelweg op kwam schuifelen voor hun scène. Een nachtmerrie come true.
De figuranten waren sneller weg dan ik me rekenschap kon geven. Aan de ene kant is het jammer dat ik ze niet nog even persoonlijk heb kunnen bedanken, maar dat komt zeker bij de première. Aan de andere kant bewijst het hoe gesmeerd onze productie inmiddels loopt. Kim en Eng hebben alles onder controle en ik kon zaterdag meteen verder met de volgende droomachtige sequentie. Daarin mocht Tom met de rookmachine aan de gang en leverden de inkopen uit een bekende ijzerwarenwinkel minstens zo leuke SFX-shots op, als in de slotscene van The Fly!
Okee, ik overdrijf, maar mijn verwachtingen voor volgende week zijn hooggespannen. Op zaterdag 31 maart keren we nog eenmaal terug naar de snelweg en maken we die weirde droomsequentie af. Dan laat hoofdrolspeler Ben Abelsma, die dit weekend vooral stil moest liggen op het koude en natte asfalt, ongetwijfeld horen hoe het moet klinken:
Ohnee?
O neeee..
Onehé?
Oh nee!
We onderbreken even voor deze boodschappen
24 maart 2007
Nog enkele uren te gaan voor de opnames van vanavond. Wat doe je met je tijd? Kim vertelt me net dat een paar figuranten zich op het laatste moment hebben afmeld. Ik krijg sms’jes of ik nog even batterijen, appelstroop en babydoekjes wil halen. Verder niet veel: zorgen dat ik uitgerust ben. Vanavond schieten we de finale van Asian Import ltd. Hopelijk hakt het er goed in. Check morgen even deze blog voor foto’s.
Check trouwens ook even het nieuwe nummer van Schokkend Nieuws, dat eergister van de persen is gerold. Deze kalmte voor de storm is een goed moment om reclame te maken voor het enige echte horror- scifi- en cult filmtijdschrft in Nederland. Vanavond komen Phil van Tongeren en Bart Oosterhoorn ook even kijken, en dan staan er, met mij erbij, drie SN-redacteuren op de set. Dit nummer van Schokkend Nieuws is voor een groot deel gewijd aan stripverfilmingen en bevat interviews met grootheden als Alan Moore (V for Vendetta en Watchmen) en Frank Miller (Sin City, 300) . Maar ook de nieuwe Masters of Horror-serie en het Amsterdam Fantastic Filmfestival 2007 komen aan bod. Ikzelf deed een duit in het zakje met een interview met de makers van Onderdanen, een verhaal over horrorfilms uit Bollywood en een bespreking van enkele prachtige Mexicaanse griezelfilms uit de jaren vijftig.
Ik herinner me nog goed dat ik Schokkend Nieuws voor het eerst tegenkwam, en meteen wist dat ik daarvoor zou willen schrijven. Dat het nu realiteit is, is nog steeds een kick. En van het een komt het ander. Deze week verscheen het nieuwe nummer van Fangoria, het beroemde en het oudste horrortijdschrift uit de Verenigde Staten. Nummer 262. Met een kort artikel van mij over Slaughter Night (SL8N8) en de ‘modest revival of horror in the Netherlands’!
‘More blood is expected to flood the polders in the near future,’schreef ik. Suzie en Kaya, ons SFX-team voor vanavond, maken het waar. Vannacht vallen de eerste druppels bloed en smeer op asfalt.
Voor Aad,
22 maart 2007
Een SMS dat ik vanavond ontving:
‘Goedeavond Barend, gaarne zaterdag niet al te laat maken aub, ik moet vrijdagnacht doorrijden en ben zaterdagmorgen om 08.00 uur pas thuis. Bvd groeten Aad’
Aad Dijkstra is de echte chauffeur van de enorme vrachtwagen die in Asian Imports ltd figureert. Zijn internationale transportbedrijf was onze eerste en meest trotse sponsor. Ik belde hem na ontvangst van zijn bericht en kreeg een onzekere verbinding met… Zweden. Vorige week zat -ie nog in Spanje. Hij is onderweg om een paar pallets op te halen. Op de achtergrond hoorde ik de turbo snorren. Helaas moest ik Aad vertellen dat het zaterdag waarschijnlijk toch behoorlijk laat gaat worden. Hij nam het rustig op, zoals hij alles aardig en rustig opneemt. Hoe krankzinnig mijn vragen soms ook zijn: ‘Dat ga ik regelen, Barend.’
Sinds ik bij Aad en zijn vrouw aan de keukentafel mijn filmplannen ontvouwde is er ontzettend veel gebeurd. Hij heeft heel wat moeten tolereren. Vieze voeten in zijn heiligdom – het slaapvertrek in de cabine – bijvoorbeeld. Een veel te lange opnamenacht. Of het feit dat ik het nog steeds over ‘truck’ heb, waar ik ‘vrachtwagen’ hoor te zeggen. Ik weet niet wat hij het ergste vindt: dat we afgelopen zondag zijn uitslaapochtend verstoorden of dat we de snuisterijen op het dashboard van zijn wagen vervingen door onze eigen troep…
Gelukkig heb ik ‘m ook heel wat keren lol zien hebben op de set met Mei-Ling, Wieland en met Ben. We merken allemaal dat we in een maand tijd zoveel nieuwe mensen hebben leren kennen, nieuwe ontdekkingen hebben gedaan, nieuwe vrienden hebben gemaakt – ik hoop maar dat Aad dat ook zo ziet.
Zijn vrachtwagen en ook het feit dat hij – ‘ik kan nog wel harder, Barend’ – steeds weer opnieuw voor ons komt aanrijden en langsscheuren is natuurlijk erg – euh – handig. Maar er is ook nog zoiets geweest als inspiratie. Ik wilde vanaf het begin geen stereotype vrachtwagenchauffeur in de film: geen bierbuik, tattoo’s of cowboyhoed, maar gewoon de chauffeurs zoals ik ze kende van mijn liftreizen door Europa. Kalme, aardige gasten met een passie voor hun wagen. Toen ik Aad ontmoette, wist ik dat het goed was. Het personage dat ik, samen met Ben, probeer neer te zetten is gemodelleerd naar mannen zoals hij.
Op meer dan één manier: zonder hem was er geen film geweest. Dank je Aad, en goede terugreis uit Zweden.
Productievergadering
21 maart 2007
Vanavond hadden we productievergadering. Bart van Tunen, Kim van Haaster, Eng Que, Wieland van Dijk en ik bereidden ons voor op de opnamenacht van 24 maart. We keren aanstaande zaterdag terug naar de lokatie waar we op 10 maart al filmden, en het belooft ook nu weer een lange nacht te worden. Van sommige fouten die we de tiende maakten hebben we geleerd – er zal ditmaal wél voldoende benzine zijn voor het aggregaat! – nieuwe fouten zullen we ongetwijfeld ook weer maken.
Eén uitdaging is in ieder geval de komst van ongeveer elf figuranten. Hoe brengen we ze naar ons verlaten stukje snelweg? Wat hebben ze aan? Hoe laat gaat hun laatste trein terug? Kunnen ze overnachten? Hoe houden we ze enthousiast? Hoe regisseer je zo’n groep?
We doen de scenes met de figuranten als eerste, daarna gaat de ‘oude’ groep crewleden verder. Tot 04.00 uur rekenen we, of eigenlijk: vijf uur ‘s ochtends. In de nacht van zaterdag op zondag gaat de zomertijd in.
Tegen zoiets valt niet op te plannen.
Opnames 16 maart: foto’s
20 maart 2007
Kim is, zo zag ik op onze gezamenlijke productie-emailbox, al weer druk bezig met het regelen van het transport voor de opnames komende zaterdag 24 maart. Ikzelf heb vandaag niet veel aan Asian Imports ltd kunnen doen. M’n gewone werk bij Noticias, een lange vergadering, shotlist bijgewerkt, een rondje in het park gerend… Ondertussen komen de eerste donaties binnen. Hartelijk dank allemaal! Voor wie dat nog niet gedaan heeft, maar wel van plan was: we kunnen je hulp nog steeds goed gebruiken. Stort gul op giro 4938380 van Stichting Blikschade Films, Amsterdam, ovv. Vriend van Asian Imports ltd.
Bjorn heeft mooie foto’s van de opnames van 16 maart gemaakt. Klik hier voor een heuse slideshow.
Ben Abelsma zit klaar voor de openingsscene.
Vlnr: Tom Castricum, Kim van Haaster, Barend deVoogd, Bart van Tunen en Wieland van Dijk.
Opnamedag 4: filmdrama
19 maart 2007
De vierde opname, afgelopen zondag, begon dramatisch. Dat we niet binnen konden filmen omdat de deur van de loods net iets te laag is voor de vrachtwagen, wisten we vooraf – maar dat weerhield ons niet. We wilden overdag filmen, en de truck afplakken om de nacht te suggereren. Om 10 uur ‘s ochtends was iedereen op het industrieterrein in Beverwijk. Het enige wat niet mee was gekomen waren de zwarte doeken, die we zouden gebruiken om de voorkant van de vrachtwagen af te dekken. Kwijt! De steigers waren er wel, en er waren wat zwarte lappen die ik – op een voorgevoel – zaterdag op de Albert Cuyp gekocht had, dus we togen toch maar aan het werk. Om 1 uur ‘s middags hadden we nog steeds geen opname gemaakt. Balancerend op de steigers en klungelend met stukjes ijzerdraad, gaffertape en te smalle, te dunne lappen textiel wilde het ons maar niet lukken om de vrachtwagen afgedekt te krijgen. Er stond een keiharde wind, die ons knutselwerk voortdurend wegblies, en daarmee iedere hoop op een geslaagde opnamedag.
Tom Castricum, Bjorn Schumacher en enkele Goede Geesten hebben het gered. Elders op het bedrijventerrein waren nog mensen aan het werk (op zondag!) in een hangar met deuren die wél hoog genoeg waren. Tom en Bjorn kregen de baas zover dat we er ‘even’ mochten filmen. Afspraak was dat zodra de monteurs die in de loods werkten weggingen, wij ook moesten vertrekken. ‘Als ze een telefoontje krijgen en worden weggeroepen, is het afgelopen.’ Blijmoedig accepteerde ik de voorwaarden. Al was het maar voor een uur: alles wat we erop konden krijgen, wilde ik meepakken. De monteurs probeerden een wiel los te krijgen. We hoorden ze, terwijl we onze shots voorbereidden, voortdurend met metalen sleutels op moeren slaan. Klang! klang! Het werk werd alleen onderbroken wanneer Kim riep ‘Stilte op de set!’, want zo aardig waren die gasten dus! Kennelijk zaten de bouten zó vast, dat het ze de hele dag kostte. Ben zag er een Goede Geest in, die voor ons de moeren vasthield, totdat we klaar waren.
Om zes uur liet de Goede Geest de moeren los. Het had ons genoeg tijd gegeven om allles rondom de cabine te filmen. We bedankten de monteurs, die ons op het laatste moment een prima set bezorgden, heel hartelijk en gingen weer terug naar het bedrijventerrein waar we de dag begonnen. Een pauze van een uur bracht niet alleen de noodzakelijke rust en voeding, maar ook de schemering en de val van de avond. Niks afdekken met doeken, gewoon in de natuurlijke nacht filmden we de laatste interieurshots van de cabine. We deden het snel, we deden het zorgvuldig en waar nodig meerdere malen, maar om 23.00 uur stond alles erop. Als door een mirakel eindigden we precies op schema!
Het was een emoverend dagje. Niet alleen voor ons trouwens. Voor het eerst werd de vrachtwagenchauffeur van het verhaal gister geconfronteerd met de geestverschijningen. En hoewel één spook liever op z’n Nintendo speelde en het andere spook uren lang in volle make-up moest wachten totdat wij onze organisatorische problemen hadden opgelost, zijn de beelden heel effectief geworden. Het gegil van Ben Abelsma weerkaatste keihard door de loods:
Aaaaahh!
Waarna de Geesten die ons wél gunstig gezind waren, de garagemonteurs weer verder lieten werken:
Klang! Klang! Klang!
Kwaidan
17 maart 2007
Morgen gaan we verder. In Beverwijk filmen we de interieurshots van de vrachtwagencabine. Even leek het erop dat we lekker overdekt, in een loods, konden filmen maar helaas: met 3,70 meter komt de hangardeur nét dertig centimeter tekort voor Aad’s vrachtwagen. Hopen dus, dat het morgen niet regent.
Ik heb vandaag geprobeerd me te onspannen, maar slaagde daar maar half in. Een beetje de financieën van de film bijgewerkt, wat gelezen, wat opgeruimd, maar nee: de film blijft spoken.
Dan toch maar weer Kwaidan (Masaki Kobayashi) de dvd-speler in. Vier spookachtige verhalen in prachtig gestileerde beelden, trage camerabewegingen en surrealistische decors. De film won in 1965 de Special Jury Price van het Filmfestival in Cannes.
De dvd-versie die ik heb, biedt de volledige 183 minuten aan betoverende kleuren en scenes. Hoewel het eenvoudige en inmiddels wat overbekende spookverhalen zijn, is de film bij vlagen nog steeds behoorlijk eng. Ik zag vanavond de eerste twee delen. Het stuk dat in 1965 uit de bioscoopversie werd geneden, over de sneeuwvrouw die met haar koude adem onfortuinlijke reizigers doodt, is zó mooi. Ik ben vooral verliefd op de sfeervolle kunstmatigheid van de film. Alles werd in de studio gefilmd en dat mocht ook gezien worden: schitterende achtergrondschilderingen van rode zonsondergangen worden afgewisseld met vreemde stormachtige luchten vanwaaruit grote ogen ons aanstaren.
Sowieso vind ik inmiddels alles in de studio filmen best een aantrekkelijk idee. We moeten nog twee nachten op de snelweg…
Traag schuifelende geisha’s met witte gezichten, lang zwart haar en waterige ogen. Wat staat onze reiziger, net terug van een lang internationaal vrachttransport te wachten, daar op die snelweg? Morgen mag hij er een eerste – angstige – blik op werpen.
Opnamedag 3: truckersromantiek
16 maart 2007
Ons filmteam raakt steeds beter op elkaar ingespeeld. We waren vandaag voor de verandering vroeg klaar en hielden zelfs tijd over voor wat geimproviseerde cut-aways. Om half vijf was de lokatie opgeruimd. Heerlijk, als het komende zondag ook zo gaat… Asian Imports ltd loopt op wieltjes.
Wat ook scheelt is dat we realistischer worden in onze planning. Eergister hebben Kim, de producente, en ik besloten twee extra draaidagen in te plannen. Naast de draaidagen waartoe we al eerder besloten (18 en 24 maart), keren we nu ook op 31 maart terug naar de snelbaan. Op 7 april richten we ons op niets anders dan de special effects. We gokken per dag op tussen de 20 en 30 shots – nog steeds zeer optimistisch, maar het zal wel moeten.
Vandaag schoten we de scene in het wegrestaurant. Exact zoals ik ‘m wilde. Ik ben vroeger regelmatig in dit soort cafés geweest. Op vakantie nam ik bij voorkeur een lift aan van vrachtwagenchauffeurs. Ze reden dan misschien langzamer, maar ze reden vaak wel verder en langer door. Ik plande er m’n reis op. Als ik een lift kon krijgen tot, laten we zeggen, Antwerpen dan stapte ik al bij de grens uit, liep naar het terrein van de Transport International Routiers en sprak daar vrachtwagenrijders aan. Zo hopte ik van grens naar grens, van TIR-terrein naar TIR-terrein en van vrachtwagen naar vrachtwagen. Eénmaal is het me gebeurd dat een chauffeur, nog voordat ik eruit moest, al een vervolg-lift voor me had geregeld met z’n 27 MC bakkie.
Those where the days! Voor liften ben ik inmiddels te oud, maar een beetje truckersromantiek is me altijd blijven aankleven. Toen ik op de kunstacademie in Arnhem zat maakte ik al een schilderij over vrachtwagenchauffeurs, toen ik aan het idee voor deze film werkte dook die oude vriendschap weer op. Want het is een vriendschap: voor de mannen die achter het stuur zitten, voor de hoogte waarvan je over het wegdek uitkijkt en voor de stille uren dat je in cadans over het asfalt gaat terwijl voor je de nacht zich opent en de duisternis zich achter je weer sluit.
Films over vrachtwagens en hun chauffeurs hebben dus ook een speciaal plekje in m’n hart. Duel (1971) van Steven Spielberg is een lekker spannende film over een man die door een moordadige benzinetruck wordt achtervolgt. De ouwe roestbak, met een bijna menselijk voorkomen en dreigende rookpluim, is de zestienwielige voorganger van Jaws, de film die Spielberg kort daarna zou maken. Convoy (1978) kan ik ook zeer aanbevelen. Regisseur Sam Peckinpah voert weer als vanouds macho binnenvetters ten tonele en trapt tegen de autoriteiten aan. Vrachtwagenchauffeur ‘Rubber Duck’ (Kris Kristofferson) wordt door de politie achtervolgd, dwars door New Mexico, Texas en Arizona. Gaandeweg sluiten steeds meer vrachtwagens zich bij hem aan, en neemt het convooi het karakter aan van een politieke daad. Een protest tegen, ja, tegen wát eigenlijk? Een gouverneurskandidaat probeert de beweging in te kapselen, maar wordt te kakken gezet. Wanneer Rubber Duck ziet wat voor beweging hij in gang heeft gezet, verliest hij juist iedere belangstelling. Hij wilde geen macht, geen verandering. Rubber Duck en zijn maten willen alleen maar rijden en ain’t nothin’ gonna get in their way!
Diezelfde mentaliteit treffen we natuurlijk in het verrukkellijke Smokey and the Bandit (1977). Burt Reynolds als vogelvrije smokkelaar van drank en berucht in vijftien staten als vrouwenversierder. Een schuldig vermaak: Burt en zijn snor over de snelweg te zien scheuren, met de ‘Smokey’ achter hem aan! Zijn grappen en grollen, zijn hoge giechel en de onmiskenbare chemie tussen hem en de grappige Sally Fields. Trucks die door de lucht vliegen! Politieauto’s die crashen! En dat alles op de onweerstaanbare klanken van Jerry Reed’s banjo:
Eastbound and down, loaded up and truckin’
Ah we gonna do what they say can’t be done
We’ve got a long way to go, and a short time to get there
I’m eastbound, just watch old Bandit run
Keep your foot hard on the pedal
Son, never mind them brakes
Let it all hang out cause we got a run to make
The boys are thirsty in Atlanta
and there’s beer in Texarkana
We’ll bring it back no matter what it takes








